grootouders en recht op omgang

26 augustus 2016

OP 16 augustus 2016 heeft de rechtbank Den Haag een uitspraak gedaan in het voordeel van grootouders die hun kleinkinderen na ene echtscheiding niet meer zien. De uitspraak luidt als volgt:

dat in het onderhavige geval (ruimschoots) aan de eisen van ‘family life’ tussen kleinkind en grootouders is voldaan. Daarbij overweegt de rechtbank dat ‘family life’ niet zonder meer kan worden vertaald met ‘gezinsleven’. Naar het oordeel van de rechtbank is de band tussen kinderen en hun grootouders (door de bloedband via de ouder van het kind, het kind van de grootouders) van een eigen en bijzondere aard, juist bij ‘normaal’ contact tussen hen, omdat dat contact niet wordt belast door verplichtingen van opvoedkundige aard. Veel mensen genieten van hun kleinkinderen (‘wel de lusten, niet de lasten’) en veel kinderen genieten van hun grootouders, juist omdat daar soms net iets meer mag of zij een beetje meer worden verwend dan thuis. In het algemeen begrijpen kinderen ook heel goed dat die situatie bij grootouders niet de norm is. Voor een nauwe persoonlijke betrekking tussen grootouders en kleinkinderen is, naar het oordeel van de rechtbank, dan ook niet méér nodig dan geregeld en wederzijds als plezierig ervaren contact, in de zin van bezoekjes, oppassen, logeerpartijtjes, gezamenlijk uitstapjes en dergelijke.
Het is voor de rechtbank - op grond van de door de grootouders overgelegde schriftelijke verklaringen van familieleden en buren, en de Facebookcorrespondentie tussen hen en Z - duidelijk dat tussen Z en de grootouders, zij het met een aantal lange onderbrekingen, (ten minste) sprake is geweest van dergelijk geregeld en plezierig contact. Uit EHRM 20 januari 2015 (Manuello/Nevi vs. Italy) volgt dat ook een heel lange onderbreking van het contact niet behoeft af te doen aan het bestaan van ‘family life’. In dit geval is dat ook niet aan de orde; uit bedoelde Facebookberichten blijkt dat er ook op dit moment nog een liefdevolle band tussen Z en de grootouders (in het bijzonder de grootmoeder) bestaat.
De rechtbank verklaart de grootouders dan ook ontvankelijk in hun verzoek.

Het voorgaande neemt evenwel niet weg dat omgang tussen grootouders en een kleinkind onder omstandigheden niet in het belang van het kind kan zijn, in het bijzonder als er geen goede relaties meer bestaan tussen grootouders en hun (schoon)kind. Indien dat het geval is dan kan de Raad voor de Kinderbescherming nader onderzoeken of er bezwaren zijn die in de weg staan aan het recht van grootouders en kleinkinderen op contact met elkaar.

Terug

Grollé Advocaten
Donau 5-12
7908 HA Hoogeveen
0528-232303

Like ons op Facebook

Volg ons via Twitter